Nederland heeft in 2020 een recordcapaciteit van 2,8 GW aan zonne-energie geïnstalleerd, daarmee eindigen we op een tweede plek in Europa achter Duitsland, met 4,8 GW. Best een prestatie voor een klein land als het onze. Verwacht wordt dat de hele EU in 2021 22,4 GW extra zonne-energiecapaciteit zal installeren, genoeg om een jaar lang ruim 47 miljoen Nederlandse woningen van stroom te voorzien. Vanaf 2019 heeft de EU iets meer dan een kwart van de totale zonne-energiecapaciteit in de wereld geïnstalleerd.

De grote vraag is: als Europa 25% van de geïnstalleerde zonne-energiecapaciteit ter wereld heeft, waarom hebben we dan slechts 2% marktaandeel in de productie van zonnepanelen?

Achtergrond van Europese zonne-energie

Om beter te begrijpen waarom de productie in de EU is gestokt, moeten we kijken naar de geschiedenis van de PV-productie in de EU. Zonne-energie kwam voor het eerst echt op gang dankzij de oliecrisis van 1973. Tijdens deze grote crisis daalden de prijzen van zonnepanelen met maar liefst 500%. In 2010 was de zonne-energiesector in de EU goed voor een omzet van 20 miljard euro en 260.000 banen, maar in 2014 was die omzet al gedaald tot 2,5 miljard euro. Binnen een aantal jaren kregen Aziatische landen 80% van het wereldwijde productieaandeel in handen.

Hoe de productie langzaam uit Europa is verdwenen

De technologie voor de productie van zonnepanelen is van Europese oorsprong, maar China en andere Aziatische landen hebben de afgelopen tien jaar de markt in handen genomen dankzij hoge overheidssubsidies om lokale productiecapaciteit op te voeren. Japan heeft voor het eerst de productie van zonne-PV opgevoerd na de kernramp in Fukushima in 2011.

Fabrikanten in Aziatische landen kunnen snel opschalen en hebben de mogelijkheid om zonnepanelen 50% goedkoper te produceren dan de fabrikanten in Europa. De goedkope, door de staat gesubsidieerde elektriciteit uit steenkolen in China is daar voornamelijk de oorzaak van. Om silicium te raffineren is veel elektriciteit nodig. Chinese bedrijven betalen voor elektriciteit slechts € 0,086 per kWh, tegenover €0,197 per kWh die bijvoorbeeld Duitse fabrikanten betalen. minder dan de helft dus. De stroomkosten van de fabrikanten worden verrekend in de prijzen van de zonnepanelen. Alleen hierdoor is een zonnepaneel uit Duitsland dus al twee keer zo duur.

Eén van de laatste regelgevingen om de productie in Europa te beschermen – de importheffing van zonne-energieproducten vanuit China, Taiwan en Maleisië – werd in september 2018 afgeschaft. Deze importheffing hield de concurrentie gezond, maar na de afschaffing ervan verloren EU-fabrikanten elke concurrentiestrijd op gebied van prijs. Op dit moment kunnen fabrikanten in de EU alleen nog concurreren op de verzadigde zonne-energiemarkt door zonnepanelen te leveren van van hogere kwaliteit, een langere levensduur en een lagere CO₂-voetafdruk.

Hoe staat het er nu voor?

Ondanks de sterke afname van de productiecapaciteit in de afgelopen jaren, lijkt zonne-energieproductie in de EU een comeback te maken.

Het onlangs door de Europese Commissie goedgekeurde European Solar Initiative (ESI) heeft tot doel een waardeketen te creëren voor de zonne-industrie: van grondstofwinning tot recycling. Verwacht wordt dat de ESI jaarlijks 40 miljard euro BBP oplevert en daarmee direct en indirect in Europa ruim 400.000 banen creëert.

Diego Pavia, een van de initiatiefnemers van de ESI: “Een combinatie van de grote vraag naar zonne-energie om klimaatdoelen te halen, lage kapitaalkosten, successen in de Europese technologieontwikkeling en een terugkeer van investeringen in de sector, heeft een vruchtbare bodem gecreëerd voor een wedergeboorte van Europese PV.” De situatie ziet er veelbelovend uit en er zijn verschillende redenen om achter de EU Solar initiatieven te gaan staan.

De productie van zonnepanelen terughalen naar de EU – waarom eigenlijk?

Zonne-energie is de goedkoopste vorm van energie ter wereld geworden, gedeeltelijk dankzij de efficiënte en grootschalige productie door Aziatische landen. Maar door de zonne-energieproductie in de EU te stimuleren, kan de EU haar klimaatdoelstellingen halen, de emissies in de toeleveringsketen terugdringen en honderdduizenden banen creëren.

Duurzaamheid

Productie in de EU moet aan strenge duurzaamheidswetgeving voldoen. Hierdoor maken fabrikanten in de EU gebruik van secundaire grondstoffen en gerecyclede onderdelen. Verder moeten ze eindproducten produceren die gemakkelijk recyclebaar zijn en een lange levensduur hebben. De elektriciteitsvoorziening van de EU is groener dan de elektriciteitsvoorziening van China, omdat er meer hernieuwbare energiebronnen worden gebruikt. Ter illustratie: een gemiddelde kWh stroom zorgt voor de uitstoot van 242 gram CO₂, vergeleken met een gemiddelde van 861 gram CO₂ per kWh voor stroom in China. Lagere CO₂-emissies, een kortere toeleveringsketen en een langere levensduur zijn belangrijke pluspunten van een Europese productie.

CO2-uitstoot Chinese en Europese fabrikanten zonnepanelen

CO2-uitstoot van de energiemix in China en de EU. In China is de uitstoot per kWh hoger door het gebruik van veel fossiele brandstoffen.

Economie

Een ander argument voor het opvoeren van de Europese productie van zonne-energie is de boost die het aan de Europese economie kan geven. Zonne-energie is momenteel goed voor slechts 5% van de Europese elektriciteitsproductie, maar er wordt voorspeld dat dit cijfer zal stijgen tot 36% in 2050. Deze toevloed van vraag naar zonne-energie in de EU is een kans die lokale fabrikanten en overheden niet kunnen laten liggen. Door de productie in landen als Duitsland, Polen en Italië op te voeren, kunnen we de waarde die zonnepanelen creëren hier behouden.

Een rechtvaardige energietransitie

De productie van zonne-energie in Europa zal er ook toe bijdragen dat landen die afhankelijk zijn van steenkool sneller uitfaseren. Deze strategie staat bekend als de “Just Energy Transition”. Landen als Polen, Tsjechië en Estland hebben elk 34%, 43% en 61% vaste fossiele brandstoffen zoals steenkool in hun energiemix. Dit aantal is erg hoog vergeleken met het EU-gemiddelde van 12,6%. De productie van zonnepanelen in deze gebieden zal deze gebieden niet alleen helpen hun CO₂-doelstellingen te halen, maar stimuleert ook de lokale economie en werkgelegenheid.

Dus, meer eigen zonnepaneelproductie in de EU helpt om de CO₂-uitstoot van de industrie te beperken; blaast de economie in de EU nieuw leven in en helpt landen met een achterstand hun duurzaamheidsdoelstellingen te halen. Het vergroten van de productiecapaciteit in Europa is duidelijk een slimme zet, maar hoe bereiken we dit doel?

Hoe verder?

De Europese zonne-energiemarkt groeit in 2021 naar verwachting met 34%. De EU kan hier vanuit economisch, ecologisch en duurzaamheidsoogpunt enorm van profiteren. In plaats van het verbreken van de banden met Aziatische zonne-energiefabrikanten, heeft de EU de economische kracht om de zonne-energiemarkt duurzaam te innoveren; om eerlijke concurrentie te stimuleren; om de CO₂-uitstoot te verminderen en een verticaal geïntegreerde Europese toeleveringsketen te creëren.

De huidige investeringen in de Europese productie van hernieuwbare energie en energieopslag zijn nog niet voldoende, maar de EU heeft meerdere opties om de haar concurrentiepositie te versterken en te behouden. De invoering van een CO2-grensheffing zorgt ervoor dat producten met een hoge CO₂-voetafdruk van buiten de EU duurder worden, waardoor de concurrentiepositie van duurzame Europese producten verbetert. De CO₂-grensheffing zorgt er ook voor dat uitstoot dat voorkomen wordt door een CO₂-heffing in Europa, niet leidt tot enkel het verplaatsen van die uitstoot naar landen in Azië. De EU kan daarnaast verschillende subsidies verstrekken om fabrikanten in Europa verder te stimuleren en om duurzame Europese producten een betere concurrentiepositie te geven.

Hoe dan ook, we kunnen binnenkort actie verwachten van de EU in de vorm van investeringen, subsidies en wetgeving om de Europese zonnepaneelproductie in de nabije toekomst nieuw leven in te blazen.